Baancommissie reglement

Reglement inzake de samenstelling en werkwijze van de BAANCOMMISSIES

van het Gewest Noord-Holland/Utrecht van de KNSB

De baancommissies zijn gekozen door de verenigingen die actief zijn op een van de kunstijsbanen, gelegen in het gewest Noord-Holland/Utrecht (NHU) van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB). Verenigingen uit een ander gewest, die hun activiteiten uitoefenen op een van de kunstijsbanen in het gewest NHU worden binnen de statuten van het gewest gelijkgesteld met de andere verenigingen binnen het gewest. De baancommissies functioneren binnen de statuten en het huishoudelijk reglement van het gewest en rapporteren rechtstreeks aan het gewestelijk bestuur. De voorzitter of een vervanger uit de baancommissie is dan ook lid van het gewestelijk bestuur.

Artikel 1. Definities

In dit reglement wordt verstaan onder :
  1. Gewest : Het gewest Noord-Holland/Utrecht van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond ;
  2. Bestuur : Het bestuur van het Gewest Noord-Holland/Utrecht van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond ;
  3. Vereniging : Een schaatsvereniging of schaatstrainingsgroep die ten doel heeft de beoefening van een of meerdere van de verschillende schaatsdisciplines die de KNSB kent. Deze vereniging is aangesloten bij de KNSB en beoefent zijn activiteiten op de kunstijsbaan waar betreffende baancommissie actief is.
  4. Sectie : een tak van de schaatssport ook wel schaatsdiscipline genoemd.Men kent:a. hardrijden langebaanb. hardrijden kortebaan/supersprintc. hardrijden marathond. hardrijden shorttracke. kunstrijden, ijsdansen en synchroon-schaatsenf. schoonrijdeng. skeelerenh. jeugdschaatsen (geen aparte KNSB/sectie meer; binnen het Gewest Noord-Holland/Utrecht wel als schaatsdiscipline erkend)i. toerschaatsenEen sectie kan op een baan actief zijn voorzover de accommodatie het toelaat die tak van de schaatssport in de juiste omgeving te beoefenen.
  5. Abonnementhouder: een lid van een aangesloten vereniging, die voor ieder schaatsjaar een abonnement koopt. Dit abonnement geeft aan de houder het recht om op een bepaalde periode te schaatsen. Onderscheid wordt gemaakt tussen trainings- en toerschaatsabonnementen.Om wedstrijden te kunnen schaatsen dient men in het bezit te zijn van een trainingsabonnement en een licentie voorzien van een wedstrijdnummer.Een dergelijke schaatser noemt men een licentiehouder.
  6. Selectiegroep: op basis van hun prestatie geselecteerde licentiehouders.
  7. Abonnementenquotum: Iedere vereniging ontvangt op basis van het vorige schaatsseizoen een bepaald aantal abonnementen per periode. De wijze waarop de afname geregeld is, is beschreven in een aparte procedure “Afname schaatsabonnementen in het gewest Noord-Holland/Utrecht”. Deze procedure geldt op alle kunstijsbanen gelegen in het gewest NHU met uitzondering van de kunstijsbaan Jaap Eden te Amsterdam.Hier geldt een afwijkende procedure.

Artikel 2


Plaats van de Baancommissie

Op iedere kunstijsbaan in het Gewest is een baancommissie werkzaam.

Artikel 3

Samenstelling van de baancommissie

De baancommissie bestaat uit:
  1. Een voorzitter, een tweede voorzitter, een secretaris, een budgethouder en een lid. Deze 5 personen vormen samen het DB (Dagelijks Bestuur) van de baancommissie.
  2. De voorzitter of de tweede voorzitter is lid van het gewestelijk bestuur.
  • Van iedere sectie, die op de kunstijsbaan actief is, wordt een lid benoemd in de baancommissie: De afgevaardigde van de sectie langebaan heeft tevens zitting in de gewestelijke technische commissie langebaan (GTCL). De afgevaardigde van de sectie marathon heeft tevens zitting in de gewestelijke technische commissie marathon (GTCM).De benoeming van genoemde functionarissen behoeft de goedkeuring van het gewestelijk bestuur. 

Artikel 4 Verkiezing en benoeming van de baancommissie

  1. De voorzitter, de tweede voorzitter , de secretaris, de budgethouder en het lid worden gekozen voor de periode van drie jaren, met dien verstande dat per 1 april van ieder jaar een of twee leden aftreden, die terstond herkiesbaar kunnen zijn.
  2. De overige leden van de baancommissie worden gekozen voor de periode van 1 april van enig jaar tot 1 april van het daaropvolgende jaar. Deze leden kunnen eveneens terstond herkiesbaar zijn.
  3. De verkiezing en benoeming van de sectievertegenwoordigers vindt plaats in en door de betreffende sectie.
  4. De verkiezing en benoeming van het DB van de baancommissie (Vz., vice-Vz, budgethouder, secretaris en het lid) vindt plaats in de jaarlijkse voorjaarsvergadering van de baancommissie met de verenigingen.
  5. Bij de verkiezing brengt een vereniging één stem uit. Bij het staken van de stemmen vindt een herstemming plaats; als daarna nog geen duidelijkheid wordt verkregen heeft de baancommissie een beslissende stem.

Artikel 5 Taken van de Baancommissie

De baancommissie heeft in ieder geval tot taak :
  1. Het behartigen van de belangen van de verenigingen en hun leden op de kunstijsbaan.
  2. Het benoemen van een baancontactpersoon voor iedere schaatsdiscipline. Betreffende persoon kan afgevaardigde zijn in de betreffende gewestelijke technische commissie (GTC). Voor de disciplines langebaan en marathon is dit een vereiste.
  3. Het benoemen van een coördinator voor de opleidingen
  4. Het benoemen van een coördinator voor de verdeling van de abonnementen
  5. In samenwerking met het gewestelijk kantoor de abonnementenquota voor een bepaalde periode (trainings-/toerschaatsuur) vaststellen voor iedere vereniging voor het komende schaatsseizoen.
  6. De basis voor de verdeling is de abonnementenverdeling van het afgelopen seizoen.(de abonnementen-coördinator speelt hierbij een centrale rol).
  7. De controle op de toegang tot de ijsbaan op de door het Gewest gehuurde uren op grond van de geldigheid van het abonnement
  8. De coördinatie van de verdeling van de ijsuren onder de onderscheiden secties.
  9. Het selecteren van de baanselectietrainers in overleg met de betreffende gewestelijke technische commissie. De trainers worden benoemd door het gewestelijk bestuur.
  10. De voordracht voor het samenstellen van de selecties op basis van resultaten en groeipotentieel vindt plaats in samenspraak met en op basis van de door de gewestelijke technische commissie vastgestelde criteria. Definitieve vaststelling van de selecties is voorbehouden aan de gewestelijke technisch commissie.
  11. Het samenstellen van de wedstrijdkalender ten behoeve van de verenigingen voor het komende seizoen, waarbij rekening wordt gehouden met de wensen van de gewestelijke technische commissies voor gewestelijke- regionale en (inter-)nationale wedstrijden.
  12. Het organiseren van wedstrijden ten behoeve van de verenigingen alsmede gewestelijke-, regionale- en (inter-)nationale wedstrijden, zoals deze zijn opgenomen in de onder sub 10. opgestelde wedstrijdkalender.
  13. Het aanwijzen van deelnemers voor bepaalde wedstrijden
  14. Verzorgen van een adequate uitslagverwerking met gebruikmaking van de officiële Gewest-apparatuur en KNSB-programmatuur. Opname van de uitslagen, mits deze voldoen aan de gestelde KNSB-reglementen in de KNSB-database (SARA) is een verplichting.
  15. Het bevorderen van overleg tussen de baanselectie-trainers en de gewestelijke trainers.
  16. Overleg voeren en advies geven aan verenigingen inzake technische aangelegenheden.
  17. De coördinatie uitvoeren met de verenigingen over opleidingen en het Bondsbureau van de KNSB (zie ook onder sub 3.)
  18. Het verzorgen van publiciteit en activiteiten ter promotie van de schaatssport en het in dit verband leggen en onderhouden van contacten met de plaatselijke- en regionale pers.
  19. het indienen van een begroting voor baanactiviteiten in de maand februari van ieder jaar. Na goedkeuring op de gewestelijke voorjaarsvergadering het goed beheren van de toevertrouwde gelden.
  20. Al hetgeen voor een goede gang van zaken op de kunstijsbaan noodzakelijk is.

Opmerking

Technische zaken kunnen worden gedelegeerd aan een Technische Commissie (Technische Werkgroep), die als subcommissie onder verantwoordelijkheid van de baancommissie opereert.


De punten 8 en 9 worden in de praktijk uitgevoerd c.q. geïnitieerd door de gewestelijke technische commissie. Rapportering hiervan vindt plaats door de baancontactpersoon.


Artikel 6 Onvoorziene situaties

Ten aanzien van onvoorziene situaties uit artikel 5 beslist het gewestelijk bestuur. Indien dit technische zaken betreft zal hierbij advies worden gevraagd aan de gewestelijke technische commissies.


Artikel 7 Bevoegdheden van de baancommissies

De baancommissies zijn bevoegd voor bepaalde taken een subcommissie in te stellen. Ook kunnen personen voor bepaalde taken worden benoemd. Deze subcommissies en/of personen kunnen adviserend en uitvoerend optreden. Deze subcommissies of werkgroepen mogen geen bevoegdheden en verantwoordelijkheden ongevraagd overnemen van de gewestelijke technische commissies.


Artikel 8 De uitwerking

De baancommissies zijn gehouden tot:
  1. Overleg met de baanselectietrainers en de clubtrainers inzake de evaluatie van de prestaties van de baanselecties, een evaluatie van het wedstrijdprogramma en de samenstelling van de baanselecties voor het komend seizoen en wel in maart.
  2. Het houden van een voorjaarsvergadering in april met de vertegenwoordigers van de besturen van de schaatsverenigingen c.q. schaatstrainingsgroepen.
  3. Het houden van een najaarsvergadering in september met de vertegenwoordigers van de besturen van de schaatsverenigingen c.q. schaatstrainingsgroepen. Twee keer per seizoen vindt er overleg plaats met en op uitnodiging van het Dagelijks Bestuur (DB) van het gewest Noord-Holland/Utrecht. Dit overleg vindt plaats vóór de voor- en najaarsvergaderingen van de baancommissie met de vertegenwoordigers van de besturen van de schaatsverenigingen c.q. schaatstrainingsgroepen.

Artikel 9 De financiële middelen

  1. In de maand februari dient de baancommissie voor het komend jaar een begroting in bij het gewestelijk bestuur. Het boekjaar loopt van 1 juli tot en met 30 juni van ieder jaar.
  2. De beschikbaar gestelde gelden die in de begroting worden genoemd dienen om de kosten van de activiteiten van de baancommissie te dekken.
  3. Zonder toestemming van het gewestelijk bestuur is het niet toegestaan begrotingsposten te overschrijden dan wel voor andere doeleinden aan te wenden dan waarvoor deze zijn begroot.
  4. De budgethouder is verplicht binnen 14 dagen na ieder kalenderkwartaal verantwoording af te leggen aan de gewestelijke penningmeester. Op basis van de begroting zal de budgethouder periodiek gelden ontvangen en de uitgaven moeten verantwoorden, door het inleveren van alle benodigde originele bescheiden.
  5. Het niet of niet tijdig inleveren van deze bescheiden kan ertoe leiden dat de bevoorschotting door het Gewestelijk kantoor opgeschort wordt.
  6. De slotafrekening van het betreffende begrotingsjaar dient voor 15 juli plaats te vinden. De totale rekening en verantwoording over dat jaar wordt gelijktijdig aan het gewestelijk bestuur voorgelegd.
  7. Het is aan de baancommissie toegestaan om eigen middelen te verwerven en daarover te beschikken. Deze middelen dienen voor specifieke activiteiten te worden verkregen en aangewend. Ten behoeve van deze eigen middelen dient uit de verenigingen een kascommissie te worden benoemd, die aan de verenigingen tijdens de najaarsvergadering verslag kan doen en verantwoording kan afleggen. Een afschrift van dit verslag dient ook aan het gewestelijk bestuur te worden verstrekt.
  8. In bijzondere gevallen is het nog mogelijk voor het seizoen 2007/2008 en 2008/2009 meerdere bankrekeningen te hebben. Hierna, per seizoen 2008/2009, mag alleen nog 1 bankrekening gebruikt worden en vindt de verantwoording en de benodigde verrichtingen alleen door de budgethouder van de Baancommissie plaats. Voor de Technische Commissies van de baan is het aanhouden van een “kleine kas” toegestaan.


Artikel 10 Het huren van kunstijs

Het huren van ijs op de kunstijsbanen geschiedt uitsluitend door het gewestelijk bestuur. De baancommissie wijst een lid uit de commissie aan die aan de onderhandelingen zal deelnemen. Voorafgaand aan de onderhandelingen zal het afgelopen schaatsseizoen worden geëvalueerd met het gewestelijk bestuur.

Artikel 11 Gang van zaken op de kunstijsbanen

  1. Onverminderd de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directie van de kunstijsbanen kan de baancommissie maatregelen treffen die een goede gang van zaken tijdens wedstrijden en trainingen waarborgen.
  2. Door iedere baancommissie zal daartoe een z.g. baancoördinator worden benoemd. Hij/zij zal toezien op de goede gang van zaken tijdens de wedstrijden/trainingen.
  3. Eenieder die zich niet houdt aan de geldende voorschriften en gegeven aanwijzingen kan na te zijn gewaarschuwd bij herhaalde overtreding de toegang tot de ijsbaan worden ontzegd c.q. geweigerd. Dit kan zijn gedurende een bepaalde periode van het seizoen of het gehele seizoen c.q. resterende seizoen.
  4. Indien de overtreding buitensporig is of herhaaldelijk is voorgekomen kan de baancoördinator dit melden aan de baancommissie. De baancommissie kan vervolgens aan het dagelijks bestuur van het gewest voorstellen om het lid te schorsen.
  5. 5. Het Reglement op de Bondsrechtspraak van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond is alsdan van toepassing.
  6. Van een maatregel, als bedoeld in lid 3, wordt onverwijld kennis gegeven aan het dagelijks bestuur van het gewest.

Artikel 12 Beroep

Van de door de baancommissie genomen maatregelen dan wel genomen beslissingen staat voor een ieder vrij in beroep te gaan bij het gewestelijk bestuur.In gevallen waarin dit reglement niet heeft voorzien en over gevallen waarin binnende baancommissie geen overeenstemming kan worden bereikt, beslist het gewestelijk bestuur.


Vragen?
Heeft u vragen over BC Hoorn kunt u uiteraard contact opnemen op